www.f1-planet.com - Special: De Ultieme Straatrace

 

DE ULTIEME STRAATRACE

 

  Bijlage: Racen in de nauwe straten van Monte Carlo
       
 

Op 26 mei wordt de zestigste Grand Prix van Monaco verreden in de straten van Monte Carlo. Het is een race van traditie en aanzien, die in alle opzichten verschilt van alle anderen. Een weekend per jaar worden alle cliché's ten aanzien van veiligheid voor even aan de kant gezet voor: de ultieme straatrace.

 

 

 

De historie van de Grand Prix van Monaco gaat terug naar het jaar 1929. Het Grand Prix-racen had gedurende de jaren '20 een enorme vlucht genomen. De organisatie van een race was in die tijd vele malen eenvoudiger dan tegenwoordig en als gevolg streken de matadoren van het asfalt in steeds meer landen neer. Op voorspraak van Anthony Noghès, de zoon van een invloedrijke kennis van de familie Grimaldi, liet Prins Louis II zich overhalen tot het organiseren van een race in de straten van zijn prinsdom. Het idee van een race op een stratencircuit was komen overwaaien uit de Verenigde Staten, waar men al vaker dergelijke races had gehouden. De Grand Prix was een uitgelezen kans voor de door Noghès' vader opgerichte 'Sport Automobile Velocipe Monegasque', een organisatie van welvarende autosportliefhebbers en die tegenwoordig bekend staat als de Automobile Club de Monaco. Geld was, als vanzelfsprekend geen probleem en Monte Carlo bleek bovendien uiterst geschikt als stratencircuit.

De eerste race, die werd gewonnen door de Engelsman William Grover Williams, bleek een enorm succes. Monaco zou in het vervolg jaarlijks een Grand Prix organiseren. De Grand Prix van Monaco verwierf in korte tijd internationaal aanzien, omdat het circuit het uiterste vergde van de rijkunsten van de coureurs. Grote vooroorlogse namen schreven de race op hun naam, zoals Tazio Nuvolari, Rudolf Caracciola. Eenmaal won een Monegask de Grand Prix, Louis Chiron, een legende naar Monegaskse begrippen en nog altijd prijkt er aan de haven een monument aan de enige autosportheld die het prinsdom heeft voortgebracht. De Tweede Wereldoorlog legde de internationale autosport voor enige tijd stil, maar toen in 1950 het officiële wereldkampioenschap Formule 1 in het leven werd geroepen prijkte ook Monaco weer op het lijstje van races. Met uitzondering van 1951, 1953 en 1954 stond Monaco sindsdien als race voor het officiële kampioenschap op de kalender.

Gedurende de jaren '80 en '90 ontstond er een tendens naar strengere veiligheidsnormen. Steeds vaker werd de Grand Prix van Monaco daarbij onderwerp van discussie. Waar bij andere circuits steeds meer uitloopzones en grindbakken werden aangelegd, stonden vangrails in Monaco. Velen vonden het onverantwoord en inconsequent om voor een weekend per jaar alle veiligheidsnormen te negeren. Maar Monaco stond - en staat - symbool voor traditie en nostalgie. Een stukje sentiment in een toch al zo turbulent wereldje als de Formule 1. Monaco is een van de weinig overgebleven Grand Prix-circuits van voor de oorlog, met als gevolg dat alle grote namen er ooit hebben gereden.

Een andere reden voor het koesteren van de Grand Prix van Monaco is het feit dat het tegenwoordig een van de weinige circuits is waar stuurmanskunst prevaleert boven techniek. Vermogen en topsnelheid zijn in Monaco, waar relatief lage snelheiden worden gehaald, veel minder van belang. Zo wordt door kenners gezegd, dat in Monaco de mannen van de jongens worden gescheiden. Het kaf van het koren, zo gezegd. De lijst met namen van coureurs die deze race op hun naam brachten lijkt deze visie inderdaad te bevestigen. Na 1950 werden 31 van de 49 races in het prinsdom gewonnen door coureurs die ooit het wereldkampioenschap behaalden. 

Niet voor niets groeide Monaco uit tot een van de drie internationale autosportklassiekers. Samen met de 24 Uur van Le Mans en de Indianapolis 500 behoort de Grand Prix van Monaco tot de crème de la crème van de racerij.  Het heeft al diverse historische races voortgebracht. Zo was de race in 1984 totaal verregend. Het water op de baan maakte het voor de coureurs uiterst verraderlijk en diverse coureurs troffen de vangrails op hun weg. Het was in deze race dat voor het eerst het uitzonderlijke talent van Ayrton Senna kwam bovendrijven. De Braziliaan was als 14e gestart in de inferieure Toleman-Hart, maar begon aan een indrukwekkende opmars, waarbij het complete veld, inclusief de kampioen van dat jaar, Niki Lauda, het moest ontgelden. Alleen doordat de race vanwege de weersomstandigheden voortijdig werd afgevlagd bleef winnaar Alain Prost buiten Senna's bereik. Senna zou in de daaropvolgende jaren duidelijk zijn stempel drukken op de Grand Prix van Monaco.

Hij ontwikkelde zich aan het einde van de jaren '80 tot een absolute alleenheerser in het prinsdom. Jarenlang wist hij de races te domineren, tot het moment dat de McLaren Honda niet langer de sterkste auto van het veld was. Zijn heerschappij werd in 1992 nadrukkelijk aangevallen door Nigel Mansell. Senna leek kansloos tegen het geweld van de Williams Renaults. Mansell kende echter problemen aan een van zijn voorwielen en maakte een lange stop, waardoor zijn voorsprong teniet werd gedaan. Gedurende de laatste zeven ronden ontstond een heroïsch duel tussen Senna en Mansell, waarbij de Braziliaan Mansell met de moed der wanhoop van zich af probeerde te houden. Het lukte hem de Williams achter zich te houden. Mansell was kapot aan het einde van de race, zei alles te hebben geprobeerd, 'Maar', zo zei hij, 'het leek wel of er drie McLarens me de weg versperden'. Een jaar later zette Senna de kroon op zijn werk, door opnieuw te winnen. Hij bracht daarmee het recordaantal overwinningen in Monaco naar zes.

Dat record was lange tijd in handen van Graham Hill. Hill gold in de jaren '60 als de meester in Monaco. In zijn lange F1-carrière had hij de race vijf keer op zijn naam gebracht en velen dachten dat dit een record was waaraan niemand ooit meer zou kunnen tornen. Dat laatste werd overigens recent nog gedacht van de verbetering die Ayrton Senna negen jaar geleden vestigde. Niemand kon op dat moment vermoeden dat Michael Schumacher in 2002 de mogelijkheid zou hebben om dat record te evenaren. Ook de Duitser heeft inmiddels een zeer goede staat van dienst opgebouwd in de staat van Prins Rainier en de zijnen. Van de afgelopen acht edities van de Grand Prix van Monaco won hij er vijf. De meest opmerkelijke was zijn zege in 1997. Ook dat was een van de zeldzame jaren dat er regen viel tijdens de race. In tegenstelling tot de meeste andere coureurs koos voor de race Schumacher voor intermediates en een regensetup. De race was nog niet gestart, of het water begon kwam met bakken uit de hemel. Schumacher wint de race met grote overmacht en toonde zich een klasse apart in de natte straten van Monte Carlo.

Een jaar eerder kende de race een nogal chaotisch verloop. Ook toen viel er regen, maar alleen in de beginfase van de race. Michael Schumacher was in leidende positie gestrand en zeer velen volgden hem. Damon Hill leek favoriet voor de zege, maar zijn Renault-motor begaf het bij het uitrijden van de tunnel. Ook Jean Alesi, Gerhard Berger en Jacques Villeneuve vielen uit. Uiteindelijk was het Ligier-coureur Olivier Panis die, als een van slechts vier coureurs, als eerste de finish passeerde. Voor de Fransman was het een historische en tot op heden zijn enige overwinning.

Het venijn zat hem, zoals nergens anders, in de staart. De coureur die uiteindelijk bij Prins Rainier op het bordes wil verschijnen, zal eerst 78 lange ronden foutloos moeten afleggen. Met de nadruk op foutloos, want daarvoor is kortweg geen plaats in het kleine belastingstaatje. Iemand die zich dat maar al te goed zal herinneren, is Sir Jack Brabham. Hij verloor in 1970 in de laatste ronde, in leidende positie de controle over zijn auto in de bocht Rascasse. Zijn race eindigde in het armco. Jochen Rindt won op het laatste nippertje. 

Technische problemen zijn eveneens hindernissen op weg naar de zege. Dat werd vooral duidelijk in de editie van 1982. Veel grote namen, waaronder Niki Lauda, Nelson Piquet en Keke Rosberg waren al uitgevallen, toen na het uitvallen van Alain Prost, drie ronden voor het einde, er in korte tijd een viertal coureurs de leiding in de schoot kreeg geworpen, maar geen van hen leek aanvankelijk aanspraak te maken op de zege. Prost was gecrasht in de Nouvelle Chicane. Riccardo Patrese spinde in het heetst van de strijd en liet Didier Pironi, Andrea De Cesaris en Derek Daly passeren. Pironi kwam zonder benzine te staan, De Cesaris eveneens en Daly crashte door een versnellingsbakprobleem. Patrese won alsnog en was even verrast als een ieder die het had aanschouwd.

Doordat er geen ruimte is om fouten te maken, vinden er gedurende een weekend Monaco nogal eens crashes plaats. Maar hoewel de auto's vaak hard tegen de vangrails tot stilstand komen, zijn ernstige ongelukken in de 49 moderne edities van de Grand Prix nauwelijks voorgekomen. De Italiaan Lorenzo Bandini is tot op heden de enige coureur die er om het leven kwam. Alberto Ascari kwam in 1955 met de schrik vrij toen hij met zijn Lancia te water raakte in de haven. Er waren in die tijd nog geen vangrails. Ascari wist zonder ernstige verwondingen de kant te bereiken. Karl Wendlinger had eveneens geluk toen hij in 1994 frontaal crashte bij de Nouveau Chicane. De Duitser lag twintig dagen in coma, maar ontwaakte daarna en pakte zelfs zijn carrière weer op. Na een weinig succesvolle terugkeer bij Sauber in 1995, komt hij nu uit in de DTM. 

De laatste ijzingwekkende crash was die van Alexander Wurz in 1998,  eveneens bij de haven. De Oostenrijker spinde, nadat hij in duel met Michael Schumacher diverse keren de Ferrari had getoucheerd. De Benetton was finaal afgeschreven, maar Wurz kon ongedeerd uitstappen. Een belangrijk gegeven bij deze statistieken is, dat er in Monaco relatief lage topsnelheden worden behaald, waardoor de kans op grote ongelukken geringer is. De toevoeging van bandenstapels op cruciale punten op de baan, zoals in de chicane bij het zwembad, dragen daar belangrijk aan bij. Het circuit beschikt bovendien over uitstekende medische voorzieningen en die zijn, dankzij de geringe omtrek van het circuit en een aantal vrij gehouden toegangswegen goed en snel bereikbaar.

De afgelopen maanden zijn de opbouwactiviteiten voor het circuit in volle gang geweest. In twee maanden tijd worden 32 kilometers vangrail, 700 ton aan tribunemateriaal en 15000 m2 hekwerk opgezet. Twee weken voor de race worden de allerlaatste voorbereidingen getroffen. Als op donderdagmiddag traditioneel de eerste vrije trainingen van start gaan, is een kleine 800 medewerkers er klaar voor. Ook de zestigste Grand Prix van Monaco lijkt op voorhand al een succes te worden.

 

 

De Grand Prix van Monaco wordt nog altijd georganiseerd door de Automobile Club de Monaco, voorheen S.A.V.M.

 

 

Sinds de start van het wereldkampioenschap in 1950 stond Monaco vrijwel onafgebroken op de Grand Prix-kalender.

 

 

In 1984 kwam het uitzonderlijke talent van Ayrton Senna bovendrijven in het Prinsdom. 

 

 

Senna wist Nigel Mansell in 1992 met de moed der wanhoop van zich af te houden.

 

 

Graham Hill gold lang als dé naoorlogse Monaco-expert.

 

 

Michael Schumacher was in de regenrace van 1997 een klasse apart.

 

 

Een jaar eerder was Olivier Panis in de Ligier-Mugen de verrassende winnaar.

 

 

Alexander Wurz stapte in 1998 ongedeerd uit zijn zwaar beschadigde Benetton.