www.f1-planet.com - Special: Gilles Villeneuve: Good Bye To F1's Racing Hero

     

  Bijlage: De carrière van Gilles Villeneuve
       
 

Op 8 mei is het precies twintig jaar geleden dat Gilles Villeneuve verongelukte tijdens de trainingen voor de Grand Prix van België. Villeneuve wist in korte tijd met zijn spectaculaire rijstijl de harten van vele racefans voor zich te winnen. De dood van de Ferrari-coureur dompelde de tifosi in diepe rouw. Het beroofde de Formule 1 van een held.

 

 

 

Montreal 1982, de Grand Prix van Canada. Er hangt een aparte sfeer op het circuit dat vernoemd is naar het grootste racetalent dat het land had gekend. Vernoemd naar de man die enkele maanden eerder het leven liet op het circuit van Zolder. De fans rouwen en laten door middel van teksten hun verdriet blijken. Gilles Villeneuve heeft in de korte tijd dat hij in de Formule 1 reed veel losgemaakt bij de fans. Nog altijd hangen er jaarlijks bij de Canadese en Italiaanse Grand Prix' her en der spandoeken, waarop de fans een eerbetoon brengen aan hun held: "Salut Gilles" en "Gilles, sempre con noi", voor altijd met ons.

In de lange Formule 1-geschiedenis zijn er maar weinig coureurs geweest die zo geliefd waren bij de fans als Gilles Villeneuve. Met zijn enorme gedrevenheid en fenomenale wagenbeheersing voldeed hij aan het ideaalbeeld van een coureur. Villeneuve stond garant voor spektakel. Hij haalde in op plaatsen waar het eigenlijk niet kon. Hij haalde ongelooflijke snelheden in bochten, waar anderen hun voet allang op de rem hadden gezet en bovenal weigerde hij op te geven.

Eenmaal in de auto was er sprake van volledige toewijding. Villeneuve beschikte over een enorm zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen dat voortkwam uit pure liefde voor het racen en honger naar succes. Hij wilde altijd vooraan rijden, ronden winnen. Al het andere was ondergeschikt. Punten, overwinningen en kampioenschappen hadden geen prioriteit. Hij wilde bovenal op zoek gaan naar de uiterste limiet van de auto.

Geboren op 18 januari 1950 in het Canadese Berthierville,  blonk hij al op jonge leeftijd uit in sneeuwraces. Hij ontwikkelde er een enorme beheersing over het voertuig. Al op 21-jarige leeftijd werd hij vader van Jacques. Het waren moeilijke tijden en om rond te komen besloot hij in de zomermaanden, als er geen sneeuw lag, te gaan racen. In 1973 won hij met overmacht het Canadese Formule Ford-kampioenschap en kwam daarna uit in de Formule Atlantic, een klasse die vergelijkbaar is met de Europese Formule 3. Het was tijdens een race in deze klasse dat Villeneuve werd ontdekt door de latere wereldkampioen van dat jaar, James Hunt. Hunt nam als gastrijder deel en raakte onder de indruk van de capaciteiten van de Canadees.

Hunt keerde terug bij McLaren en raadde teambaas Teddy Mayer aan die Villeneuve eens een kans te geven. Zodoende kon Gilles tijdens de Grand Prix van Engeland in 1977 debuteren in de Formule 1 in een oude McLaren M23. Tijdens de trainingen vloog hij meerdere malen van de baan, maar wist zich uiteindelijk op slechts 0,4 sec. van de snelste McLaren te kwalificeren. Tijdens de race maakte hij indruk door lange tijd mee te strijden in de kopgroep, maar moest uiteindelijk opgeven met een kapotte versnellingsbak. De race voor McLaren bleek een eenmalige aangelegenheid, maar Villeneuve had duidelijk de toon gezet. Enzo Ferrari raakte gecharmeerd van de 'fighting spirit' van de jonge Canadees en zag in hem de ideale opvolger van Niki Lauda, die het team zou verlaten. Tijdens zijn thuisrace zat Villeneuve voor het eerst in de Ferrari. Zijn carrière was in een vogelvlucht geraakt, maar toch ging het niet zo maar van een leien dakje. Gilles maakte in zijn eerste races voor de Scuderia veel fouten. In Italië was hij betrokken bij een dramatisch ongeval, waarbij twee toeschouwers omkwamen.

Velen vroegen zich af of Ferrari niet een grote fout had gemaakt door de ontketende Canadees in te huren, nota bene als vervanger van tweevoudig kampioen Niki Lauda. Maar de oude Ferrari behield het vertrouwen in Villeneuve, die hem, zo zei hij, deed denken aan de legendarische Tazio Nuvolari. Dat vertrouwen zou Villeneuve niet beschamen. In 1978 reed hij naast de Argentijn Carlos Reutemann. Aanvankelijk ging het opnieuw moeizaam, maar Gilles bleef indruk maken met zijn unieke rijstijl. In Long Beach reed hij zelfs lange tijd aan de leiding tot hij door een iets te enthousiaste inhaalactie op een achterblijver weer vroegtijdig uitviel. Ondanks die tegenslagen wist hij zich wel steeds vaker vooraan te manifesteren. Het absolute hoogtepunt van dat jaar kwam tijdens zijn thuisrace. Het was nat in Montreal en dat eiste meer van de rijkwaliteiten van een coureur. Villeneuve was ontketend en reed een historische race. Enzo Ferrari kreeg gelijk.

Ferrari raakte meer en meer in vorm. In 1979 vertrok Reutemann naar Lotus en kreeg Gilles de Zuid-Afrikaan Jody Scheckter als teamgenoot. De Ferrari 312T4 bleek een absolute winnaar. Villeneuve won in Zuid-Afrika en Long Beach en kwam aan de leiding in het kampioenschap. Hij had echter een harde dobber aan teamgenoot Scheckter, die veel berekenender reed. De betrouwbaarheid was overduidelijk in het voordeel van de Zuid-Afrikaan. Villeneuve daarentegen vergde veel van zijn materiaal en dat kwam hem zowel in Argentinië als in Monaco duur te staan. In Dijon streed hij in een heroïsch duel met Renault-rijder René Arnoux. Tijdens de thuisrace van Renault, dat de betrouwbaarheid van haar turbo-motoren langzaam onder controle begon te krijgen, was de Ferrari niet opgewassen tegen de Franse bolides. Toch wist Villeneuve op onnavolgbare wijze Arnoux van zich af te houden. Diverse malen toucheerden ze elkaar, maar het bleef een fair gevecht. Uiteindelijk kwam Villeneuve met een verschil van 0,24 seconden over de finish.

Opgeven was iets wat niet in het systeem van Gilles Villeneuve voorkwam. Op Zandvoort ging hij aan de leiding op volle snelheid de Tarzanbocht in, toen hij door een lekke band van de baan schoot. De Ferrari was zwaar beschadigd, maar Villeneuve wilde van geen opgeven weten. Op drie wielen reed hij terug naar de pits, waar hij uiteindelijk moest inzien dat zijn kansen op de titel verkeken waren. Jody Scheckter werd wereldkampioen, Ferrari pakte met overmacht de constructeurstitel.Villeneuve verwachtte dat 1980 zijn jaar zou worden. Ferrari had echter niet geloofd in het concept van de turbo-motor en dat zou het team danig opbreken. De 312T5 kwam veel vermogen tekort ten opzichte van de turbo's van Ford, BMW en Renault. Het werd een verloren jaar, waarin Villeneuve van geluk mocht spreken dat hij in Imola ongedeerd kon uitstappen na een heftige crash in Tosa. De schamele zes punten die hij dat jaar haalde stonden in schril contrast met de successen van het jaar ervoor.

Met het vertrek van Jody Scheckter aan het einde van 1980 leek de nummer 1-status van Gilles bij Ferrari een feit. De Canadees had een sterke band opgebouwd met het team en was nog altijd de beschermeling van Enzo Ferrari. Het leek er dan ook op dat nieuwkomer Didier Pironi het niet gemakkelijk zou krijgen in het team. Ferrari had inmiddels het turboconcept overgenomen en een degelijke motor afgeleverd met ruim voldoende vermogen. Gilles Villeneuve verscheen aan de start met zijn geliefde startnummer 27. Brabham en Williams bleken hun zaken echter het best voor elkaar te hebben. Pas in Monaco, waar stuurmanskunst prevaleert boven vermogen, kon Villeneuve zich vooraan laten zien. Op indrukwekkende wijze won hij de race in het prinsdom. Ondanks dat Ferrari opnieuw competitiviteit miste, wist Gilles Villeneuve het onmogelijke uit de auto te halen. In Spanje was hij bij voorbaat kansloos voor de zege, maar wist met uiterste inzet zijn achtervolgers, vijf in totaal, nipt voor te blijven op de finishlijn. Het was typerend voor Villeneuve, die bereid was hoge risico's te nemen voor succes. Met name in kwalificatietrim was de Canadees ongenaakbaar. Op de vraag of hij nu nooit eens stilstond bij het gevaar dat in het racen opgesloten zit, antwoordde hij: "Ik heb geen angst om te crashen. Natuurlijk, in een bocht die je in de vijfde versnelling neemt, met een hek aan de zijkant, wil ik niet crashen. Ik ben niet gek. Maar als het tegen het einde van de training loopt en je gaat voor pole position... Misschien kun je de angst dan verdrukken."

Inmiddels was hij een van de best betaalde Formule 1-coureurs. Hij verhuisde naar Monaco en kocht een helikopter. Het werd duidelijk dat Villeneuve ook naast de baan de behoefte had om koste wat kost het uiterste uit zijn materiaal te halen. Vaak ging hij met bijna lege tanks de lucht in, om zodoende met minder gewicht nog sneller te kunnen gaan. Velen vroegen zich af of de Canadees niet doorsloeg in zijn drang naar perfectie. De nieuwe Ferrari 126C2 was in 1982 een grote stap voorwaarts, maar de druk op Villeneuve werd ondubbelzinnig opgevoerd door zijn teamgenoot Didier Pironi, die absoluut geen ontzag toonde voor zijn teamgenoot. In Imola kwam het na een voor Gilles teleurstellende start van het seizoen tot een enorme rel tussen de beide kemphanen. Villeneuve en Pironi waren in een heftig duel verwikkeld om de leiding, op het moment dat Ferrari een teamorder uitvaardigde om te voorkomen dat ze in de laatste ronde alsnog samen van de baan gingen. Er mocht in de laatste ronde niet ingehaald worden. Villeneuve, die op dat moment aan kop lag, verwachtte geen aanval meer. Pironi negeerde de teamorder en passeerde hem alsnog voor de overwinning.

Villeneuve was ziedend en voelde zich nadien onvoldoende gesteund door het team. Hij weigerde Pironi ooit nog een strobreed toe te geven. Het verslaan van zijn teamgenoot werd vanaf dat moment een uitdaging op zichzelf. De race daarna, op het Belgische Zolder, had Pironi tijdens de kwalificatietraining een snellere tijd staan dan Villeneuve. Erop gebrand om die tijd te verbeteren, ging Villeneuve tien minuten voor het einde nog een keer de baan op. Hij ging voluit en naderde de blinde Terlamenbocht, waar plotseling de veel langzamere March van Jochen Mass opdook. In een flits besloot Villeneuve hem rechts in te halen. Mass week juist naar rechts uit om hem links te laten passeren. De Ferrari werd met meer dan 220 km/h gelanceerd, maakte een angstaanjagende buiteling. De gordels werden door de klap beschadigd, waardoor Villeneuve bij het ongeval uit de auto werd geslingerd. 's Avonds overleed hij aan zijn verwondingen. 

Gilles Villeneuve reed slechts 67 Grand Prix'. Hij won er zes en stond twee keer op pole position. Veertien jaar na zijn dood debuteerde zijn zoon Jacques in de Formule 1. Hij werd in 1997 wereldkampioen en volbracht daarmee het werk van zijn vader: de naam Villeneuve kwam alsnog in de lijst van wereldkampioenen. En hoewel Jacques inmiddels met dertien overwinningen zijn vaders statistieken voorbij is gestreefd, geeft hij toe nooit te kunnen tippen aan de prestaties van zijn vader. Gilles Villeneuve leefde voor het racen. Hij zei eens, dat hij pas echt leefde, wanneer hij in een auto zat. Wrang genoeg was het in diezelfde auto dat hij om het leven kwam. Zijn legende leeft twintig jaar na dato nog steeds voort. Leven en dood liggen soms erg dicht bij elkaar...

 

 

De fans rouwden en uitten hun verdriet via spandoeken. 

 

Gilles Villeneuve wist met zijn spectaculaire rijstijl  vele racefans voor zich te winnen. 

 

In de auto was er sprake van volledige   toewijding.

 

Enzo Ferrari zag in Gilles Villeneuve een waardig opvolger van Niki Lauda.

 

Hij reed altijd op het randje van wat mogelijk was.

 

In Zandvoort ging hij daar overheen.

 

 

Villeneuve en teamgenoot Didier Pironi, nog voor het conflict in Imola uitbarstte.

 

Villeneuve vlak voor zijn fatale crash op het circuit van Zolder