www.f1-planet.com - Special: A Flying Finn At The Finish

      

  Bijlage: De carrière van Mika Hakkinen
  Deel 2
       
 

"Ik heb zoveel meegemaakt in mijn carrière en zoveel gewonnen. Ik wil mijn geluk niet verder op de proef stellen. Het is tijd om te stoppen."  

Met die woorden kondigde Mika Hakkinen zijn definitieve afscheid aan. Het is het einde van een periode. De Formule 1 doet afstand van een groot kampioen. In een tweedelige special blikt F1-Planet terug op de turbulente carrière van de vliegende Fin.

 

 

 

Deel 1   Een harde leerschool

Het is maart 1991 als een jonge Fin zich wat nerveus presenteert aan de internationale autosportpers. Het is Mika Pauli Hakkinen, de nieuwe aanwinst van Team Lotus. Een absoluut talent, zo zei men, want deze timide Hakkinen had een jaar eerder het Brits Formule 3-kampioenschap op zijn naam gebracht. Uitgerekend Peter Collins, in die tijd een van de grote talentenscouts en tevens teambaas van Lotus had het aangedurfd deze Hakkinen een kans te geven op het hoogste platform. De jonge Mika mocht bovendien rekenen op steun van sigarettenfabrikant Marlboro, voor wie hij al een aantal jaren deel had uitgemaakt van het Young Drivers Program. Zijn belangen werden behartigd door oud-wereldkampioen Keke Rosberg.

Het was hem voor de wind gegaan in zijn eerste jaren in de autosport. Na zijn kartdebuut in 1980 won hij vijf maal op rij het Finse Kart Kampioenschap. Dezelfde dominantie spreidde hij even later ten toon in de Scandinavische en Europese Formule Ford. Hij gold halverwege de jaren '80 dan ook als hét Finse supertalent en wordt onder hoede genomen door Rosberg. De Finse F1-kampioen van 1982 had in 1986 zijn actieve carrière beëindigd en was aan de slag gegaan als begeleider van jong Fins talent. Na JJ Lehto was Hakkinen de tweede Finse coureur die door Rosberg zou worden begeleid. Met steun van Marlboro kon Mika een heel seizoen deelnemen aan de Opel Lotus, waar hij als tweede eindigde achter zijn teamgenoot Allan McNish. Vervolgens kwam hij uit in het Britse Formule 3-kampioenschap, waar hij streed tegen mannen als Damon Hill, Mika Salo en Eddie Irvine. Ondanks een moeilijke start in zijn eerste jaar, 1989, pakte hij de draad goed op en bracht het kampioenschap met maarliefst elf overwinningen op zijn naam.

De Formule 1 is echter een ander verhaal. Hier wordt het uiterste van de coureur geëist op het gebied van afstelling, snelheid en doorzettingsvermogen. De aandacht van de pers is enorm en juist op dat punt had de introverte Hakkinen het zwaar. Zijn Engels was gebrekkig en hij had duidelijk moeite zijn gedachten onder woorden te brengen. Hakkinen antwoordde liever op het circuit. 

De Lotus Judd van 1991 was een zeer matige auto, die vooral motorisch veel tekort kwam en bovendien ontbrak het aan betrouwbaarheid. Desondanks kwalificeert Mika de auto bij zijn debuut in de Verenigde Staten als dertiende. Een uitzonderlijke prestatie als je in ogenschouw neemt dat zijn meer ervaren teamgenoot Julian Bailey zich niet eens weet te kwalificeren. In de race krijgt Hakkinen de schrik van zijn leven toen het stuur van de Lotus los begint te raken. Hij weet nog net de pits te bereiken, waar het probleem wordt verholpen, maar een aantal ronden later valt hij uit met een motorprobleem. De toon is gezet als hij twee races later, in Imola, na een sterke race als vijfde eindigt. Helaas blijft het bij die twee punten. Hakkinen valt in dat jaar vaak uit. Lotus kampt met financiële problemen en kan weinig testen om de auto te verbeteren. Hoewel Mika indruk blijft maken en keer op keer zijn teamgenoten verslaat, krijgt hij kritiek te verwerken van teambaas Peter Collins. Die vindt dat hij te weinig technische bekwaamheid heeft in het afstellen van de auto en trekt zijn fysieke gesteldheid in twijfel.

Een jaar later heeft Lotus zich ontdaan van de zwakke Judd-motor. Met de Ford HB V8 heeft het team in ieder geval een betrouwbaarder krachtbron in huis gehaald en bovendien heeft het met Hakkinen en Johnny Herbert een sterk rijdersduo. Hakkinen kan met de auto geregeld in de top-10 rijden. In de kwalificatie delft Lotus vaak het onderspit ten opzichte van de fabrieksteams, maar in de races kan Hakkinen imponeren. Vooral in de tweede seizoenshelft weet hij zich vrijwel altijd in de top-6 te rijden. Hij wordt tweemaal vierde, eenmaal vijfde en drie keer zesde. Hij behaalt in totaal elf punten en eindigt in 1992 op een respectabele achtste plaats in het kampioenschap. 

Zijn goede prestaties bij Lotus maakten indruk op een aantal teambazen. Eind 1992 ging het gerucht dat Hakkinen wel eens naast Alain Prost zou kunnen plaatsnemen in een Williams. Lotus had echter nog een optie op de diensten van de Fin en sloeg een aanbod van Williams af. De details van de optie waren echter nog niet volledig uitgewerkt. Ron Dennis bood Hakkinen via zijn manager Keke Rosberg een zeer lucratief contract aan als derde rijder, waarop de Fin de overstap naar McLaren maakt. Een juridische strijd met de furieuze Peter Collins ten spijt. 

Het betekent echter wel dat Hakkinen de eerste dertien races van 1993 aan de kant zit. Op het moment dat hij het contract tekende was nog onduidelijk of Ayrton Senna wel zou blijven. De Braziliaan stelde hoge eisen aan zijn salaris, maar had verder weinig andere opties. De Amerikaan Michael Andretti, zoon van oud-wereldkampioen Mario Andretti, kreeg de beschikking over de tweede McLaren. Hij ondervindt echter al snel dat Formule 1 net even iets anders is als de IndyCars, waar hij wel grote successen wist te behalen. Na opnieuw een teleurstellende race van de Amerikaan in Italië wordt hij vervangen en geeft Ron Dennis de kans aan Mika Hakkinen. Die grijpt deze met beide handen aan en kwalificeert de McLaren Ford in Portugal prompt op een derde positie. Nog vóór teamgenoot Ayrton Senna, de man die vaak onverslaanbaar was in kwalificatietrim. Na afloop is hij dolblij dat hij zich eindelijk in de top had weten te kwalificeren. In de race is hij echter iets te gretig. Hij spint van de baan en valt uit. Een race later is het echter wel raak en rijdt hij voor het eerst in zijn carrière naar het podium. Hij eindigt als derde achter Ayrton Senna.

Eind 1993 vertrok Senna naar Williams. Het betekende dat Hakkinen het nieuwe seizoen in ging als kopman van McLaren. Hoewel er eerst nog even sprake van is dat hij regerend kampioen Alain Prost naast zich krijgt, is het uiteindelijk de ervaren Martin Brundle die de tweede McLaren voor zich opeist. McLaren heeft de overstap gemaakt naar Peugeot-motoren. De Fransen debuteren in de Formule 1 om concurrent Renault het hoofd te bieden, maar de krachtbron blijkt een paar chronische kinderziekten te bevatten. Halverwege het seizoen valt Mika drie keer op rij uit met een opgeblazen motor en ook Martin Brundle ontkomt niet aan de onbetrouwbaarheid van de krachtbron. Desondanks behaalt Hakkinen opnieuw podiumplaatsen in San Marino en Engeland. In Spanje lijkt hij even op weg te gaan naar een eerste overwinning, als opnieuw motorische problemen hem de das om doen. Een ongeluk in Duitsland mondt uit in een massacrash en de schuld wordt gelegd bij de man die de McLaren nummer 7 bestuurt. Het komt Hakkinen op een schorsing van een wedstrijd te staan. De betere tijden volgen in de tweede seizoenshelft, waar hij in België na diskwalificatie van Michael Schumacher als tweede eindigt en vervolgens nog eens drie derde plaatsen op rij behaalt. Het brengt hem de vierde plaats in het kampioenschap.

McLaren gaat in 1995 voor vijf jaar in zee met Mercedes. Ron Dennis stuurt aan op een intensieve samenwerking met het Duitse concern, dat de eerste stappen in de Formule 1 had gezet met het team van Sauber. Het eerste jaar van de nieuwe McLaren Mercedes-combinatie draait echter uit op een teleurstelling. De krachtbron komt tekort in vermogen en betrouwbaarheid. De MP4/10 genereert bovendien dramatisch weinig grip. De situatie is zo benard, dat men het probleem met allerlei extra vleugels probeert te verhelpen en dat de nieuw aangetrokken Nigel Mansell het al na drie races voor gezien houdt. Mark Blundell wordt Hakkinens nieuwe teamgenoot, maar die kan evenmin met de auto uit de voeten. Opnieuw volgen de goede resultaten pas aan het einde van het seizoen, waar hij het seizoen met twee tweede plaatsen toch nog iets weet op te poetsen. Maar in Australië slaat het noodlot toe.

Tijdens de eerste kwalificatietraining op vrijdag gaat Hakkinen het stratencircuit van Adelaide op voor een verscherping van zijn eerder gezette tijd. Bij het aanremmen van de bocht Brewery Band voelt hij plotseling een onbalans in de auto. Het linkerachterwiel was lek geraakt. Wanhopige stuurpogingen ten spijt, knalt de McLaren bij een snelheid van zo'n 180 km/u in de bandenstapels. Bij de impact slaat Mika met zijn helm hard tegen het stuur. Hij wordt met een schedelbasisfractuur uit de verwoeste auto gehaald, zijn toestand is kritiek. Alleen door accuraat handelen van de medische staf ter plaatse kan hij van de dood worden gered. Desondanks wordt hij in een kunstmatig coma afgevoerd naar het Royal Adelaide Hospital, waar hij de volgende dag weer bij bewustzijn is. Een kort gesprek met Professor Sid Watkins, die zich over hem had ontfermd, maakt hem duidelijk hoeveel geluk hij heeft gehad.

Zijn herstel verloopt voorspoedig. Gedurende de winterperiode werkt hij hard aan zijn fysieke gesteldheid en maakt uitzonderlijk grote vorderingen. Al begin februari 1996 zit hij voor het eerst weer in de McLaren, de nieuwe MP4/11. "Voordat ik de baan opging was ik redelijk relaxt. Toen realiseerde ik me dat alle monteurs om de auto stil waren, wat heel ongewoon is, want de Formule 1 is altijd in beroering. Maar het was compleet stil. Ik deed m'n helm op en mijn handschoenen aan en ik begon wat nerveus te raken. Ik dacht terug aan vroeger, maar de motor klonk geweldig en toen ik in de eerste versnelling schakelde en de pitlane inreed, veranderde alles. De auto voelde goed en ik dacht: Dit is geweldig! Hier houd ik van!"

De McLaren van 1996 is inderdaad een grote verbetering ten opzichte van zijn voorganger. Mercedes had de betrouwbaarheid van de motor aanzienlijk weten te verbeteren en de auto stelt Mika en zijn nieuwe teamgenoot David Coulthard in staat om voor punten te strijden. In Coulthard heeft Hakkinen sinds tijden weer een teamgenoot die aan hem gewaagd is en ze blijken redelijk met elkaar overweg te kunnen. Mika weet zich bij de eerste race in Australië, de eerste echte krachtmeting sinds zijn ongeval, sterk naar een vijfde plaats te rijden. De stijgende lijn van McLaren is onmiskenbaar ingezet. Tegen het einde van het seizoen is Hakkinen weer in staat om voor podiumplaatsen te strijden. In de laatste zeven races wordt hij vier keer derde. Hij sluit het jaar als vijfde af met een totaal van 31 punten. Bijna twee keer zoveel als het jaar ervoor, toen hij slechts 17 punten kon verzamelen.

In 1997 maken de vertrouwde Marlboro-kleuren op de McLarens plaats voor zilvergrijs en de nieuwe sponsor West. De MP4/12 is veelbelovend en de nieuwe Mercedes-motor heeft behoorlijk aan vermogen gewonnen. Het potentieel van de nieuwe McLaren wordt echt duidelijk als David Coulthard in Australië de eerste overwinning van het team sinds 1993 behaalt. De nieuwe Mercedes-krachtbron schiet echter tekort in betrouwbaarheid. Keer op keer valt Mika in kansrijke positie uit. Zowel in Engeland als in Oostenrijk lijkt hij op weg naar zijn eerste zege, als de motor er voortijdig de brui aan geeft. Terwijl Coulthard in Italië opnieuw een overwinning kan bijschrijven, moet Mika genoegen nemen met twee derde plaatsen. En dat terwijl het potentieel van de McLaren Mercedes er wel degelijk is. Op de Nürburgring behaalt Hakkinen zijn eerste pole position, maar valt in de race opnieuw uit met motorproblemen.

Pas als Jacques Villeneuve, op koers naar zijn eerste wereldtitel, in de laatste ronde van de seizoensafsluiter in Jerez inhoudt om geen risico te nemen, wordt de weg vrij gemaakt voor de eerste overwinning van de Fin. De Fin is uitzinnig van blijdschap, maar weet ook dat zijn zege is geregisseerd vanaf de pitmuur. "Het is een overwinning, niets meer en niets minder.", klinkt het opvallend rationeel als hij na afloop wordt gevraagd naar zijn gevoelens bij deze overwinning. Het was opnieuw een zwaar jaar geweest met veel onvervulde beloftes. Wat Hakkinen echter niet kon beseffen was, dat de zeven magere jaren voorbij waren. Betere tijden dienden zich aan...

 

 

In 1991 debuteerde de jonge Mika Hakkinen voor het team van Lotus.

 

 

Mika maakt in zijn eerste jaar indruk met de matige Lotus Judd.

 

 

Met de auto van 1992 kan hij regelmatig in de top-10 rijden.

 

 

Opperste concentratie voor de fenomenale kwalificatie in Portugal, waar hij zich als derde kwalificeert.

 

 

In Japan rijdt hij achter teamgenoot Senna voor het eerst naar het podium.

 

 

De McLaren Peugeot van 1994 was geen overweldigend succes.

 

 

Hakkinen ontsnapt aan de dood in Adelaide, waar hij hard in aanraking komt met de bandenstapels.

 

 

Hij kan na een uitzonderlijke herstelperiode al in februari weer achter het stuur kruipen.

 

 

1997 was een moeilijk jaar met veel onvervulde beloftes. Mika viel vaak in kansrijke positie uit.